Karbuffer: Wat zorgt er nou voor een goede buffer tussen het gevaar en jouw auto (kar)? Een bumper natuurlijk.


Pap wiel: Pap in de benen kennen wij uit de wielersport. Dat belooft niet veel goeds. In Zuid-Afrika is het slecht nieuws als je een pap wiel hebt: een lekke band.


Draai: Het is soms kinderlijk eenvoudig, dat Suid-Afrikaans. Bij dit woord moet je oppassen dat je er niet uitvliegt, de bocht dus.


Spoed beperk: Wanneer je dit op een bord ziet staan, kun je vast wel bedenken dat je het gaspedaal niet nóg verder in moet trappen. Wij kennen deze woorden als ‘matig uw snelheid’. Doe je dat niet, dan ben je overigens een ‘spoedvark’, een wegpiraat.


Padreling: De voorafgaande woorden genegeerd? Dan is het te hopen dat er een padreling staat om je op te vangen. Of zoals wij zouden zeggen: een vangrail.


Muntmasjien: Een blikje koude frisdrank kun je halen uit de automaat, oftewel de muntmasjien.


Mondfluitjie: Je zult ze vast tegenkomen, de straatartiesten die dit instrument bespelen: bij ons bekend als de mondharmonica!


Muurprop: Wil je je telefoon opladen en wil je weten waar het stopcontact zit? Denk dan eens heel logisch na wat dat in het Zuid-Afrikaans kan zijn. Je propt in feite je oplader in de muur. Een muurprop dus!


Wegneemetes: Veel Zuid-Afrikaanse woorden zijn eigenlijk heel logisch, al zien ze er op het eerste gezicht een beetje vreemd uit. Maar afhaaleten neem je weg uit het restaurant. Dus is het wegneemetes!


Eksie Perfeksie: Dit zeg je hoogstwaarschijnlijk als je na je vakantie over je bezoek aan Zuid-Afrika vertelt: het betekent fantastisch! En dan kun je het land bedanken met een welgemeend baie dankie!


Toebroodjie: Ook in Zuid-Afrika kennen ze het oer-Hollandse broodje kaas. Ze noemen het alleen anders.


Grondboontjiebotter: Een pinda wordt ook wel een grondboon genoemd. Dus is dit helemaal niet zo’n gek woord voor pindakaas.


Mengeldrankie: Nou, wat zou dit betekenen? Je mengelt wat drankies en dan heb je een…cocktail!


Sponskoek: Dat klinkt niet best; een koek met de smaak van een spons. Toch niet afslaan als dit je wordt aangeboden. Een sponskoek is een zeer smakelijke cake.


Aartappelskyfies: Deze ziet er ingewikkeld uit. Maar lees ‘m eens langzaam voor jezelf en je bent eruit. Aardappelschijfjes, oftwel, chips! Ook wel gebruikt voor patat.


Seekoei: Nee, dit bekent geen zeekoe! Een seekoei is het gevaarlijkste dier van Zuid-Afrika. Verkeer de leeuw of slang, pas op voor het…nijlpaard!


Kameelperd: Is het een kameel? Of toch een paard? Geen van beide dus. Kameelperd is Zuid-Afrikaans voor giraffe.


Vuurhoutjie: Lekker ‘braaien’ in de vrije natuur. Daar heb je natuurlijk dan wel lucifers voor nodig. Vraag dan om vuurhoutjies.


Flits: ’s Avonds nog even lekker de natuur in? Houd er dan rekening mee dat het ineens heel donker is. Neem daarom altijd een flits mee, een zaklamp.


Bobbejaan: Je kent het woord, waarschijnlijk van een gelijknamig pretpark. Maar wat is een bobbejaan nou eigenlijk? Dat is dus een baviaan!